Als het bloed kruipt waar het niet gaan kan,

en het kriebelt, dag en nacht. Dan weet je, als geen ander,

dat het nooit meer over gaat. 

Neem een rijtuig in adagio, op weg naar rock in roll.

Ga opnieuw beginnen, en kijk niet meer achterom.

Aan de rand van het ravijn. bloeien de mooiste bloemen

Als het bloed kruipt waar het niet gaan kan,

en het heerst over verstand.

Dan ben je als een sigaret, die wordt opgebrand.

Een rode gloed van vuur, uit alle wonden bloeit iets moois.

Aan de rand van het ravijn. bloeien de mooiste bloemen.

Als het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en je voelt dat het moet. Geloof dan in de liefde,

ook al breekt je hart vol smart,

Aan de rand van het ravijn, bloeien de mooiste bloemen.

Bloemen…. bloemen,…bloemen voor jou.

Azalea,s, hyacinten, dahlias, en chrysanten. Begonia,s, zonnebloemen, cactussen, om te zoenen. Bloemen…..bloemen….bloemen voor jou.

 

Samen gekomen om te bouwen aan een toren, die hoog aan de hemel reikt In het zweet des aanschijns, stap voor stap, dichterbij.

ledere steen die is gelegd, is als een woord een gebed Lieverd luister, in het duister schijnt het licht.

Hoe lang zal het nog duren, hoe ver kun je gaan Op een ladder naar de hemel, een blinde vlek in het heelal 

lederen muur die is ontstaan is als een lied in een repertoire

Lieverd luister, in de sterren straalt je naam.

Hoe lang zal het nog duren, hoe ver kun je gaan. Met kamelen, door woestijnen, naar een oase in het zand. ledere muur die ontstond, is

als een vesting aan het front.

Lieverd luister ….lieverd luister.

We geven het niet op.

Balancerend op een koord. Hijs de vlag, en sla de trom.

Te paard met vlammend zwaard Lieverd luister, in het duister schijnt het licht

Lieverd luister, in de wieg ligt een kind.

 

Ben mijn passie kwijt. Kan het nergens vinden.

 

Mijn passie is weg.

 

Mijn passie is verdwenen.

 

Mijn passie is zoek.

 

Mijn passie om te leven. Ben het kwijt geraakt. Zonder passie ben ik niks waard.

 

Heb zo mijn best gedaan.

 

Mijn passie weer te vinden Hemel en aarde bewogen, echt overal gezocht.

 

Mijn passie is weg Mijn passie om te scoren.

 

Ik kan geen kant meer uit. Zonder passie ben ik verloren.

 

Oh god waar is mijn passie, Oh god wat mot ik nou.

 

Waar is mijn passie gebleven. Weet nog goed dat ik het had, toen ik de deur ben uitgestapt. Zonder passie kan ik niet leven.

 

Oh god, u heeft ooit iemand die blind was, het licht weer laten zien. En een kreupele ziel, weer laten lopen. Misschien kunt u er voor zorgen, mijn passie te bezorgen. In ruil hiervoor, dit gedicht.

 

ledere seconde dwaal ik verder weg. Laat mij over water lopen. Zesentwintig december tweeduizendtwaalf. Ik geloof nog altijd in een wonder

De zomer is gekomen.

De ramen staan wijd open.

Een mooie blauwe lucht lacht me toe Ben een en al vol goede moed.

Hoor de vogels fluiten.

Zonder jas naar buiten. In het park op een terras. Doe mij nog maar een glas

Kikkers kwaken in de sloot Een jongen speelt met zijn boot. -Radiografisch

Zelfs de koeien in de wei, staan er vrolijk bij.

Een mooie zomer zo mooi is haar lach

Als de vrouw van je dromen, met je zoenen gaat.

 

Wakker schieten in een wereld zonder pardon

 

De bel die gaat ..telefoon Wakker schieten midden in het licht

 

Pijn aan alles, dat van binnen zit.

 

Overdags zijn de stemmen veel te hard Overdags ben ik duizelig en mat. Ben ik als een krant, speel ik nooit de baas Voel ik mij bekneld

en is het licht veel te fel

 

Overdags is er voor mij geen donder aan Het liefst sluit ik mijn ogen tot vanavond Avond vanavond, avond

 

Wakker schieten midden in het licht. Kan niet wachten dat het donker wordt

 

Als een glimlach voor mijn voeten, de schaduw die valt Vanavond, avond, vanavond, avond, vanavond.

 

Overdags zijn de stemmen veel te hard

 

Overdags ben ik duizelig en mat. Ben ik als een krant, speel ik nooit de baas. Voel ik mij bekneld en is het licht veel te fel

 

Voor altijd avond, was dat het maar. Kan niet wachten op de schemer, de schaduw die valt

 

Lavend In de avond, de avond is het mooist.

 

Lichtjes die schijnen als kusjes in mijn hoofd. Kusjes die schijnen, lichtjes in mijn hoofd

 

Kan niet wachten .op vanavond

 

Kusjes die schijnen, lichtjes in mijn hoofd Kan niet wachten .op vanavond

Je bent de rots in de branding

Het licht in de duisternis

Je wijst mij de weg als ik het niet meer zie

Wat moet ik zonder jou als jij er niet zou zijn.

Met jou zit ik op rozen, ben zo blij dat je er bent.

Vandaag is het tijd om je te prijzen Je strooit rozen op mijn pad, rozen zonder doorns Zonder jou ben ik niets waard, wat moet

ik zonder

jou Als jij er niet zou zijn, ben zo blij dat je er bent, je krijgt een roos van mij

Je geeft mij hoop. ja hoop als vertwijfeling mij schendt Je bent er altijd voor me, dat ben ik zo gewend 

Wat moet ik zonder jou, als jij er

niet zou zijn, met jou zit ik op rozen, ben zo blij dat jij er bent

Vandaag is het tijd om je te prijzen

Je strooit rozen op mijn pad, rozen zonder doorns. Zonder jou, ben ik niets waard wat moet ik zonder jou 

Als jij er niet zou zijn, ben zo blij

dat je er bent, je krijgt een roos van mij

Je geeft me rust, ja rust, als het druk is in mijn hoofd Je bent mooi……je bent een schot in de roos

 

Een roos voor al je daden, een roos voor al het geld. 

Een roos voor alle koffie, die je hebt gezet.

Een roos voor al je daden, je hebt het echt verdiend 

Een roos voor al het geld, dat je me hebt geleend, 

Een roos voor alle koffie die je hebt gezet

Een roos voor de oppas die je was voor mij

Een roos………..verdiend

Een roos van mij een roos voor jou.

Een roos, …….je krijgt een roos van mij

 

Zie je lopen door de velden, zie je staan in helder licht

 

Gevonden in de bossen, in het kreupelhout, je zag blauw van de kou.

 

Vondeling, lieveling.,..Oh grote herder wil je mij helpen. Vondeling lieveling, ….zal je beschermen, me ontfermen.

 

Ik heb het gemeld, .maar daar was niemand niemand die kwam Nu hoor je bij mij .en zorg ik voor jou.

 

Vondeling, lieveling , .als jij naar mij lacht Huil ik van binnen ,slaap maar zacht. Vondeling .lieveling .ik hou van jou.

 

Soms denk ik wel eens wat moet ik doen. als je op zoek gaat Als baby gevonden, je was niet gewenst

 

Soms denk ik wel eens, wat moet ik doen.

 

Dichter op de rand, .met een doffe dreun Dichter, dichter…dichterbij. Dichter op de rand.

 

Heb ik je heel goed begrepen

Je liefde voor mij is voorbij Ik kan het alleen niet begrijpen

dat je maanden lang, niets hebt verteld

Je was de laatste tijd, zo anders naar mij

Zo heb ik je niet leren kennen

En als ik dan vroeg, wat is er aan de hand ? Dan verzon je weer allerlei smoezen

Je zei, het is zo druk op mijn werk. Je zei, ik heb zo pijn aan mijn buik Je zei, dat je niet best kon slapen Je zei, ik heb voor mij zelf weinig tijd

Ik maakte me zorgen, deed ekstra mijn best Ik dacht misschien, ligt het aan mij

Ik steunde haar in alles, wat maar kon en dat doet nu ekstra veel pijn

Ik gaf je toch alle ruimte

Ik bracht je ontbijt op bed Ik stelde nog voor, op vacantie te gaan,

maar dat wilde je juist met hem

Ik zal vergeven, dat je loog tegen mij

En die ander, heus respecteren

Maar beloof me dan wel, dat je ook denkt aan mij Als het gaat over onze kinderen

Ben ik van de pot gerukt Als ik in mijn eentje ladderzat de initialen van mijn ex in de pui van mijn salon tafel,

kerf

Ben ik van de pot gerukt

Als ik met een kegel van hier tot Tokio

De pui ram van mijn ex, met mijn, camaro Ben ik dan van god los

als ik het spaanplaat van de muur af ros En een schup geef tegen een door mij gister nog geprezen, kastje

Zo anders naar mij

Ze is zo anders naar mij Mijn verstand kan daar niet bij

 

Alles wat ik heb, had ik nooit gehad, zonder jou. Alles wat ik doe, had ik nooit gedaan, zonder jou.

Geef het nog een kans.

Wees niet bang

Je bent zo dicht bij

Steek je kop niet in het zand, maar blijf bij mij.

Alles wat ik denk, had ik nooit gedacht, zonder jou. Alles wat ik vind, had ik nooit gevonden, zonder jou.

Geef het nog een kans. Houdt moed, vertrouw op mij.

Denk eens aan die lange, lange weg

Die is afgelegd Geef het nog een kans.

Kom op je bent de moeite waard. Niet alles, is van prikkeldraad.

Niet alles, is van prikkeldraad Niet alles is van prikkeldraad, (niet alles is van prikkeldraad),

Geef het, geef het, nog een kans (niet alles is van prikkeldraad), Geef het, geef het nog een kans.

Alles wat ik dacht, had ik nooit verwacht, zonder jou.

 

hoe het hart kan voelen – als het eenzaam is

hoe het hart kan gaan – om verliefd te zijn

hoe het hart kan stralen – met een mond vol goud

hoe het hart kan zijn – om alleen te zijn

ONOPHOUDELIJK hart – in een kooi van ribben

hartstikke hard in boezem liefde

hartstikke mis, als het niet te harden is

met het hart op de tong – in de avondmist

SOMS zijn wij als een uil – in een kooi

hartverscheurend en troosteloos

met een jeukende jas – als veren tooi

twee fletse kralen – met tralies ervoor

hoe het hart kan waaien – als het storm loopt

hoe het hart kan kloppen – met de deur op slot

hoe het hart kan huilen – in een tranenvloed

hoe het hart kan smachten – naar suikergoed

SOMS zijn wij als kind – in de box

blijmoedig onder toeziend oog

trekt zich aan de spijlen op

lacht zijn eerste tandjes bloot

OP EEN MOOIE WINTERDAG-  GAAT DE HEMEL OPEN

honderd duizend hartendieven komen aan gevlogen

broeders – waarom zingt gij niet

zusters – waarom danst gij niet

laat het hoofd maar gaan

ga op je handen staan

laat het vuur in je hart – niet doven

je hebt nog niets verloren

Ik ben bang voor allerdaagse dingen.
Vooral voor, hoe is het en gaat het goed.
Ik heb een trots in mijn sodemieter.
Die zowel verrot is als goeg bedoeld.
Ik draag een bril zonder glazen.
Een montuur met vensterbanken.
Om wat afstand te bewaren.
Om mezelf niet kwijt te raken.
 
Soms zijn er luchtkastelen.
Dan weer eens bordelen.
Het houdt niet op.
Ik ben volledig afgedaan.
En ik zit op hete kolen.
In een hoekje stil verscholen.
Wachtend op het schot.
Dat nooit komen gaat.
 
Zal ik deze dag eens op zijn flikker geven.
Zal ik het vandaag eens anders doen.
Zodat ik morgen eindelijk kan zeggen.
Dat was klasse, dat deed mij goed. 
 
Er zit een stem in mijn hoofd.
Maar die stem dat ben ik niet.
Want als hij mij wat vraagt.
Dan doe ik het lekker niet.
En nu loop ik naar beneden.
Ik heb een kans gekregen.
Om de fles op de piano.
Ekstra bij te staan.
 
En dan denk ik aan vroeger.
Pa en ma, zus en broeder.
Spelletjes van toen.
En een sprookjes maan.
En ik zal nooit vergeten.
Als de klok slaat om het even.
Dat een gekke bek.
Voor altijd stil zal staan.
Samengekomen
om te bouwen aan een toren
die hoog tot aan de hemel reikt
in het zweet des aanschijns
stap voor stap dichterbij
iedere steen die is gelegd
is als een woord in een gebed
lieverd luister
in het duister schijnt het licht
 
hoe lang zal het nog duren
hoe ver kun je gaan
op een ladder naar de hemel
een blinde vlek
in het heelal
Iedere muur die is ontstaan
is als een lied in een repertoire
lieverd luister
in de sterren straalt je naam
 
hoe lang zal het nog duren
hoe ver kun je gaan
met kamelen door woestijnen
naar een oase
in het zand 
Ze heeft moddervette kuiten.
En een dikke kont.
Spataders op haar dijen.
En kloven om haar mond.
Ze staat stijf van de coke.
Met een mond vol chocola.
Iedereen mag het weten.
Ze is de vrouw waar ik voor ga.
 
Ze draagt hele mooie jurkjes.
Met bloemetjes erop.
En ze kan zo lekker lachen.
Met haar toffe bolle kop.
Het zijn die kleine dingen.
Die het altijd bij mij doen.
Haar gebit met gouden tanden.
Is zo wonderschoon.
 
Ze is een anti barbie pop.
Met meer gevoel dan verstand.
Haar DNA werkt chemisch.
Want mijn hart staat in brand.
Oh, was ik maar een stukje marsepein.
In de etalage bij de bakker op de hoek.
Dan zouden er tenminste nog mensen zijn.
Die naar mij kijken, naar mij verlangen.
En met een beetje mazzel.
Is dit mijn mooiste droom.
 
Oh, was ik maar gewoon een stukje zeep.
In de badcel van een dame die ik zoek.
Dan zouden er tenminste nog handen zijn.
Die aan mij voelen, die met mij stoeien.
En met een beetje mazzel.
Zingt ze op haar mooist.
 
Oh, was ik maar een beeldje van porcelein.
In de vitrinekast bij oma thuis.
Dan zou er tenminste nog die stofdoek zijn.
Die mij doet glimmen, opnieuw beminnen.
En met een beetje mazzel.
Jaren lang door.
 
Oh, was ik maar gewoon een boek.
Waarin de liefde wordt beschreven.
De woorden brandend in mijn hart.
Met armen en benen, als uitroepteken.
De letters samen hand in hand.
De letters mijn huid doen tintelen.
 
Door mooie woorden schat.