Ik zag mijn tienjarige zoon staan temidden van een aantal leeftijdgenootjes, die hij zojuist  had leren kennen door het initiatief van onze overbuurman, die een aanzet deed om de jongens met enige grappen en grollen tot elkander te binden.Deze buurman onderbrak plotseling zijn goed bedoelde actie, om een campinggast van dienst te zijn die blijkbaar iets wilde informeren.In afwachting op de afsluiting van het hinderlijke onderonsje gaf mijn zoon zichzelf intussen een houding door lukraak wat blaadjes te plukken van een amandelboompje.Opeens was er zoiets van een grote mensengrap, waar de twee volwassenen flink om moesten lachen.Tijdens het gelach, waar mijn zoon niets van begreep, keek hij naar de grond en lachte mee.