Er heerstte een doodse stilte.
Een speld kon je horen vallen.
De paus, nam plaats achter het altaar,
en sprak, “liever gezond en rijk, dan ziek en arm”.

Het applaus barstte los.


Toen het stil was nam de plaatsvervanger van god weer het woord,
en zei,” u zult allen in de hemel komen, mits u geeft om uw medemens”.
“Laten wij eerst collecte houden, alvorens wij gaan bidden”.
Zwaar beladen orgelpartijen gingen van start.
Daarna zetten de damesstemmen de melodie in, op vrij rustige wijze, maar dwingend.

Het geld werd ingezameld, en het kerkkoor zong.


Denk aan de verschoppelingen in onze maatschappij.
Aan al die minder bedeelden, waarvan er zoveel zijn.
Geef steun aan hen, een beetje vreugde, een beetje geld.

God zal u belonen, of laten branden in de hel.


Amen.
Op één januari
stil in haar kooi
de sloot ligt dicht
met wit tapijt
twee fletse kralen
het uitzicht is mooi
vader leest 
en moeder breit
 
Dan staat vader op
loopt naar het raam
kijkt naar de vogel
en zegt langzaam
-sex tegen je zin
 betekent straf-
het bolletje wol
rolt van de divan af
 
nu is het tijd voor
strijkers en klavieren
straks schansspringen
vanuit Partenkirchen
iets van Bach
hoort bij deze dag
nieuwjaarsdag
is om te vieren
vom himmel hoch
ausradieren
Plotseling werd er gebeld
mijn broer deed open
er kwam zowaar, een heel legertje
naar binnen lopen.
 
halfmens-halfedelhert
hielden halt bij de vuilnisemmer
en vertelden ons met zichtbare pret
te zullen doden, met schotdemper.
 
ze droegen strakke spijkerbroekjes
en sommige van hen
droegen afgebroken geweitjes
 
moeder vulde de gootsteen
vader nam stoffer en blik.
het gekerm ging, door merg en been
 
 
Uiteindelijk dreven er
alleen maar broekjes en geweitjes
kokende waterdamp met de geur van
een niet in verhouding staande gelijkenis
 
Schattig,  die kleintjes
en zo modebewust.
Of hij werkte wist niemand
 
wel was bekend dat Eddy
In het jappenkamp had gezeten
uren kon douchen,
en nooit zweette.
bij iedere warme maaltijd
werd veel sambal uitgelepeld
hij heeft ooit met een barkruk
een café leeg gekegeld.
 
kippenvel tot aan het achterhoofd
zonder een spier te vertrekken.
 
heb hem uit zijn dak zien gaan
op een ouderjaarsdag
met een spanwijdte van een condor
volkomen los, met gezag
en bezit nam van de ruimte
al ritmisch tikkend op zijn glas
alsof zijn leven ervan af hing
met smeltend goud in zijn borstkas.
Jawel ik ken het geluid zo goed.
 
Het kopje koffie dat hij zo even
nog vast had,
was met een kletterende smak
op het dambord
beland.
Hij liep paars aan, en kokhalste,
prompt daarop
rolde er een steen
over de vloer.
Wij zijn eens met zijn drietjes, Jagermeister
gaan drinken, in het Hoge hout.
Na afloop, op weg naar de Fazant
meldde vader dat hij nog even
naar het publiekelijke huisje zou gaan
naast het Zonnetje,
de woning van onze beheerder.
 
“Hoezo,” vroegen wij.
 
“voor de wandelroutes
in deze prachtige omgeving,” antwoordde hij
 
Toen kwam hij eindelijk binnen zetten.
“Waar bleef je nou “,vroeg mijn broer.
“Was verdwaald, alles lijkt op elkaar
stapte zelfs nog hiernaast de Eekhoorn binnen
ik trof daar onze beheerder aan met ontbloot bovenlijf
en een vreemde vrouw.”
 
“Die arrogante uil”
klonk het in koor
 
Altijd te hard rijdend
Kort broekje
zomers in open jeep.
 
“Die smeerlap,” zei mijn moeder.
 
Toen we eens aanklopten bij het Zonnetje
voor een rolletje toiletpapier.
Had hij ons wantrouwend aangekeken
en zag je hem denken
“weer die gasten uit het westen.”
 
“Zeg zus, haal jij morgen eventjes
een rolletje voor de Fazant.”
Onlangs een winkel geopend.
 
Dat handelt in, tweedehands
speelgoedpoppetjes.
Het is toch prachtig, dat iemand
met zo,n kaliber zich inzet op aarde.
 
Boven de winkelpui in sierlijke letters. 
Een niet van echt
te onderscheiden
nepuil.
 
Die vanaf
mijn eerste aanschouwing
maar liefst een week lang
tot aan de tweede ontmoeting
mij in de waan had gelaten
van doen te hebben
gehad
met een echt eksemplaar
die in zijn gewoonlijke
habitat
niet genoeg voedsel kon vinden
vanwege aanhoudende vorst
en langdurige sneeuwval
 
Zijn werkterrein
verlegd
naar die
van de stad.
Ombra may fu
groeiende coniferen
levert meer schaduw
 
schaamhaar
dat welig tiert
prikt dwars
door mijn spijkerbroek 
 
majestueus
in vervoering
beroer gulzig
mijn binnenvoering
 
in de heldere nacht
Het was net zoals toen
vol overtuiging gebracht
maar later bleek het zo te zijn
dat het  pure onzin was
 
verbijsterd en beschaamd
in natte vuile vacht
heb er van geleerd
vóór ik praat denk ik na
 
het bedje waarin ik sliep
de grond waarop ik sta
Een adamsappeladder
zocht ad hoc
adhesie
bij een admiraal
die als adolescent
van zijn advocaat
ene Adje 
advies had gekregen
het evangelische
atmosfeertje
op zijn atelier
als een ware
attractie
te blijven zien
Zie een mees
wuivend in de wind
met zijn staart
lijken er twee
al dromende
halucineer
is geen vogel
maar
si – a` mees
Met beleid klik ik
het slotje dicht
van het kettinkje
uit een erfenis
 
het sieraad
met een zestal
gouden bedeltjes
boerengezichtjes
afgezet met zilver
ieder kopje anders
fel begeerd
vervaardigd door
ene Lou Costerius
miniatuurspecialist
 
bij het grote publiek
beter bekend als
de geestelijke vader
van de beeldroman
Liever rijk en gezond
dan ziek en arm
Samen op een bankje
met een drankje
in de zon
een Euro en een Ouzo
gebroederlijk
naast elkaar
kredietwaardigheid
geleend geld
daalt en verdampt
zon en zee
wat overblijft
is zand
Amoebe zit in de klas
de juf houdt een krijtje vast
de les gaat over biologie
er verschijnt een pantoffeldier
dat zijn naam dankt aan het feit
omdat de vorm lijkt
 
Amoebe zucht en constateert
het is pas half vier
nu dan nog de huisstofmijt
bij ons allen thuis in huis
vooral in matrassen en tapijt
niet te verwarren met een luis 
 
nog één ding wat ik zeggen wil
het leeft van bloed en zit niet stil
prikt met zijn snuit door je huid
s`ochtends vroeg als de wekker gaat
heeft de bedwants al zijn ontbijt gehad
rode vlekjes en infecties
 
zit toch stil Amoebe
Ik geef je mijn hand.
Een hand, van goed bedoeld.
Ik reik je mijn hand toe.
Uit de grond van mijn hart. 
Wil alleen maar zeggen.
Dat ik van je hou.

Vanaf het begin tot op heden.
Smeekt de toekomst om het verleden,

te laten rusten,….. in de hitte van de strijd.


Een traan die vloeit, vanuit vreugde.
Is een traan van goud.
Een traan die vloeit, door verdriet,

verdwijnt als, jij naar mij lacht.


Ik ben voor u gekomen.
hier op aarde, wereldwijd.
Om de liefde te preken,

voor alle mensen, zoals wij zijn.


In naam van Frank van Vuuren.
In naam van de grote god.
Houdt uw moeder in ere,
en zorg goed voor haar.
Zo diep ben ik gezonken, zo ver weg.
Is er dan niemand die mij kan helpen, op weg naar “Je van Het”
Zo verdwaald, zo ontheemd.
Weg van mijn kinderen, weg van weg geweest.
Ik bid en smeek om hulp. De kracht van de grote geest.
Steun mij, om me zelf weer te vinden, in deze donkere tijd.
Vanaf het begin tot op heden.
Smeekt de toekomst om het verleden,
te laten rusten,…….. in de hitte van de strijd.
Heel even, denk ik aan het verleden.
Bij ons thuis aan het avondeten.
Het zijn de rituelen.
Ik zal ze nooit vergeten.
Zo zuiver zijn mijn beelden.
Zo helder als glas.
 
Iedere avond, samen aan tafel.
Andijvie, hutspot, spinazie en rode kool.
Veel kwam voorbij, witlof, een spiegelei.
Echt lekker was de boerenkool met worst.
En iets wat nooit ontbrak was het toetje.
Welbeschouwd een beker vla.
 
Chocoladevla, vanillevla, hopjesvla,
en blanke vla met suiker.
Een wereld vol vla.
Vla als lava.
Ekstra leuk was een snor van vla.
Een bruine snor, een gele en een witte.
 
Maar wat pas echt het einde was.
Was een vlaflip.
Wat was ik dan blij.
Als zo vlaflip op tafel kwam.

titel: kanarie blues Gedicht.

 

Onze kanarie, wat zingt die toch mooi.

 

De grachten zijn bevroren, en buiten schijnt de zon Moeder zet koffie, en vader leest voor.

 

Wat gaat er gebeuren, er zit spanning in de lucht.

 

Zelfs de vogel, is stilletjes nu.

 

Het voelt aan, als een coureur. Stuurloos door de bocht. In een ferrari, mijn kanarie, tussen leven en dood.

 

Dan staat vader op, en loopt naar het raam.

 

Knijpt met zijn ogen, en zegt dan… Sex tegen je zin, dat is niet goed. Zeg vader, zet jij nu maar eens een muziekje op. Een cantate van Bach, leuk lijkt mij dat.

 

Maar dat wisten wij al, zegt moeder en ze slaakt een zucht.

 

Het voelt aan, als een coureur

 

Stuurloos door de bocht. In een ferrari, mijn kanarie, tussen leven en dood.

 

Straks kunnen wij, het schansspringen zien. Een vlucht door de lucht in Gelsenkirchen. Alles komt weer op zijn pootjes terecht. Behalve de kanarie, die stierf onverwachts De coureur, mijn kanarie. Zal nooit meer zingen, op nieuwjaarsdag.

 

De herfst is gekomen.

 

De wind waait door de bomen. Blaadjes vallen overal.

 

Een goed gevoel, een nieuw seizoen.

 

Paddestoelen prijken. Beukenootjes rijpen.

 

Een eekhoorn, een vlaamse gaai, zijn druk aan de haal.

 

Een mooie herfst, zo mooi is haar blik. Als de vrouw van je dromen, die op je kickt.

 

De laatste wespen vliegen rond. Vrouwen zijn nu minder bloot. Een vliegenzwam, een heksenkring. Het mes snijdt erin.

 

Een hand, van goed bedoeld Ik reik je mijn hand toe.

 

Uit de grond van mijn hart.

 

Wil alleen maar zeggen. Dat ik van je hou

 

Vanaf het begin tot op heden.

 

Smeekt de toekomst om het verleden, te laten rusten,. in de hitte van de strijd

 

Een traan die vloeit, vanuit vreugde.

 

Is een traan van goud.

 

Een traan die vloeit, door verdriet, verdwijnt als, jij naar mij lacht.

 

Ik ben voor u gekomen. hier op aarde, wereldwijd. Om de liefde te preken, voor alle mensen, zoals wij zijn

 

In naam van Frank van Vuuren. In naam van de grote god. Houdt uw moeder in ere, en zorg goed voor haar.

Als kind zag ik een vlam,

die vlam nam mij mee.

Op de rug van een dolfijn.

door de blauwe zee.

In vreugde gehuld,

in het paradijs

Toen begon het te waaien, het werd donker en grijs

 

Als man zag ik een vlam, die vlam nam mij mee.

Een stoot van een vlam. In een huisje met zijn twee.

In vreugde gehuld

in het paradijs

Toen begon het te spoken, geen vuur meer, geen prijs.

 

De hoop heb ik nooit verloren.

Er straalt nog steeds een vlam in mij.

Een vlam die spreekt zonder woorden. Een vlam die lacht, mijn verdriet voorbij.

 

Ookal praat ik steeds meer tegen mezelf.

Ookal kom ik haat mijn huis niet meer uit.

Zolang de vlam zal branden. Zolang duurt mijn strijd

 

Het licht vanuit de hoogte. Betekent hoop, en troost voor mij

Een vlam die spreekt zonder woorden.

Een vlam die lacht, mijn verdriet voorbij.